Home

 

 

Verslag Technische keurmeestersdag 2008

Technische keurmeestersdag Vechthoenderfokkersvereniging Nederland. Tekst: Ferdinand van der Wal, Afbeeldingen: archief Awe van Wulfften Palthe Het is een goede gewoonte van de Vechthoenderfokkersvereniging Nederland ieder schrikkeljaar een technische dag te organiseren voor hoender en dwerghoenderkeurmesters. Dit gebeuren vind steeds plaats op de laatste zaterdag van februari, de laatste jaren op de bekende locatie Hotel Stegeman te Laren Gld. Eind vorig jaar hebben alle hoenderkeurmeesters een originele uitnodiging gekregen in de vorm van een mooie ansichtkaart met afbeeldingen van Van Gink. De keurmeesters konden zelf ook punten indienen die zij graag besproken zouden zien. Een aantal vragen zijn binnengekomen en die werden ook in de presentatie meegenomen en toegelicht. Voorzitter Hans Nijenbrink kon een groot aantal keurmeesters welkom heten. Zij hadden de moeite genomen om naar Laren te komen, dus moesten de presentaties helder en duidelijk zijn. Doel van de dag: duidelijkheid verschaffen in een aantal beoordelingscriteria om zodoende het keuren van vechthoenders en vechtkrielen te vergemakkelijken. Een powerpointpresentatie werd in elkaar gezet, zodat de inleiders een leidraad hadden bij hun uiteenzetting. De kopvorm van de Aseel, Shamo en Indisch vechthoen De spits werd afgebeten door erevoorzitter Awe van Wulfften-Palthe. Hij besprak de kop en kamvorm van de Aseel, Shamo en Indische vechthoen. Nu is de Aseel een zeldzame verschijning, dus enige clementie moet in acht genomen worden. De Aseel heeft de kleinste kop van deze 3 rassen. Ook de drierijige kam is de kleinste, welke laag op de kop geplaatst moet zijn. De Shamokop is wat langer en breder. De schedel is meer gewelfd. De kam moet een kleine erwtenkam zijn, die op het voorhoofd geplaatst is met een korte doorn die de neklijn volgt. Ook moet de Shamo zware wenkbrauwen tonen met diepliggende ogen. Het Indische Vechthoen heeft een forse, korte en brede kop met een vlakke schedeltop die van voren breder is dan van achteren. De kam is drierijig, klein, stevig en dicht op de kop geplaatst. Doordat het Indische Vechthoen de breedste kop heeft is de drierijige kam ook het breedst van deze drie rassen.

Indische vechthoen Verder besprak Awe het Indische vechthoen. We komen het Indische vechthoen de laatste jaren maar sporadisch tegen. Ook hier enige clementie in acht nemen. Wat we bij de Indische Vechthoen duidelijk wensen is de kubusvormige lichaamsbouw. De beenstand moet evenwijdig zijn, breed uit elkaar geplaatst. De middentenen moeten wel naar voren staan. Door hun zware lichaamsbouw willen deze wel eens teveel naar binnen staan (wel opletten dat ze bij de beoordeling niet op een wat gladde ondergrond staan) De dieren moeten in balans staan. De schouders moeten hoog aangezet zijn en de vleugels moeten hoog worden gedragen. Wat de kleur betreft wordt er wel verwacht dat de hennen een duidelijke zwarte zoming (dubbelgezoomden) of een witte zoming (roodwit dubbelgezoomden) laten zien

Maleier en Maleierkriel De Maleier en Maleierkriel werden besproken door erevoorzitter Wim Voskamp. Hier werd de driebogenlijn duidelijk uiteengezet. De 1e boog is een flauwe boog van de hals De 2e boog wordt gevormd door de vleugeldracht op een overlangs iets geronde rug. De 3e boog is de staart. Over de 2e boog werd nogal eens wisselend gedacht. Het is de vleugeldracht die deze boog vormt en niet zoals sommigen wel beweren door de ronde rug. De staart moet goed ingeplant zijn en goed samengevouwen. Ook aandacht schenken aan de inplanting. Een "garnalenstaart" is foutief..

Sumatra De laatste jaren komen we de Sumatra gelukkig weer meer tegen. Ook over de kwaliteit kunnen we tevreden zijn. Dit ras werd besproken door Wim Voskamp. Hij spitste zijn betoog toe op de kam, de gezichtskleur, het gestrekte lichaam, de staartvorm en daarmee ook de buiging van de sikkels. De kam moet ook hier klein en drierijig zijn. Dit punt is nog voor verbetering vatbaar. De kam van de hen is meestal wel erg klein. De kam moet wel met de kopbelijning meelopen. De gezichtskleur van de haan is donker purperachtig rood. De hennen hebben een purperkleurig gezichtskleur, ofwel zoals onze zuiderburen zeggen: braambeskleurig. Het lichaam moet goed gestrekt zijn. De staart wordt licht oplopend en enigszins gespreid gedragen. De sikkels buigen pas in de 2e helft. Verder moet de staart royaal ontwikkeld zijn. Bij de hen zien we vaak dat de bovenste staartstuurpennen wat langer zijn dan de rest en dat deze iets gebogen zijn aan de einden. Hieraan niet teveel aandacht schenken. Dit kan het gevolg zijn van een royale staartpartij bij de hanen. Verder is meersporigheid bij de hanen een pré. De beenkleur is zwartachtig met een groenige waas. Wel moeten de voetzolen geel zijn. Bij leggende hennen kan dit wel eens een probleem geven. Het gele pigment gaat verdwijnen als de hen aan de leg is.

Modern Engelse vechtkriel Het volgende ras dat aan de orde kwam was de Moderne Engelse vechtkrielen. Wie kan dit beter bespreken dan Wim Voskamp. Ook hier weer een aantal punten die duidelijk belicht werden, de balans, stelling, frontbreedte, lichaamsdiepte. Bij dit extreem hooggesteld ras wensen we dat de dieren goed in balans staan. De benen moeten goed uiteen en evenwijdig uit elkaar staan en in het midden van het lichaam. We verlangen een flauwe knik in het hielgewricht. Het mag niet zo zijn dat de dijen en loopbenen één rechte lijn vormen. (dit zien we nogal eens bij onze oosterburen) Verder willen we frontbreedte zien. Het breedste punt moet tussen de schouders liggen en niet zoals we regelmatig zien in het zadel. Een Modern Engelse vechtkriel die veel lichaamsdiepte laat zien is niet chique en zijn vaak te plomp. Het achterlichaam moet kort en goed opgetrokken zijn.

Oud Engelse vechtkriel Na de Moderne Engelse vechtkrielen werden de Oud Engelse vechtkrielen besproken door Ferdinand van der Wal. Ook hier werden een aantal punten specifiek belicht, met name de lichaamsvorm, stelling en stand (hoeking). Om de lichaamsvorm goed te kunnen beoordelen, moet men de Oud Engelsen in de hand nemen. Ze moeten ongeveer de vorm hebben van een oud model strijkijzer, van voren breed en sterk versmallen naar het zadel. Dit noemen we in timmermanstaal de verjonging. Het borstbeen moet van achteren sterk opgetrokken zijn, zodat het achterlichaam een kort, klein compact geheel vormt. De lichaamshouding is vrijwel horizontaal. De rug moet kort en vlak zijn. Ook moeten de benen bij de Oud Engelse Vechtkrielen goed uiteen en evenwijdig uit elkaar staan. We verlangen een hoeking. Je moet eigenlijk een bepaalde lijn zien die loopt vanaf de geronde borst, via de dijen naar het loopbeen. In het hielgewricht moet er dan een hoeking te zien zijn. De vleugels moeten goed opgetrokken gedragen worden. De vleugeleinden moeten mooi aansluiten in het zadel. De schouders zijn breed en hoog aangezet en moeten iets boven de rugbelijning uitsteken.

Ko Shamo Awe van Wulfften/Palthe besprak het laatste ras van deze dag, de Ko Shamo. Bij dit ras werd wederom de verhoudingen belicht. We zien graag de verhouding 1/3-1/3-1/3. ofwel gelijke kop-halslengte, lichaamslengte en beenlengte. De lichaamshouding is vrijwel verticaal. De lichaamsvorm is ook een punt van aandacht. Ook hier verlangen we het breedste gedeelte tussen de schouders en een versmalling naar het zadel toe. De rug moet ook bij de Ko Shamo vlak zijn De schouders moeten hoog aangezet zijn en iets uitstaand worden gedragen. Wat de vleugelopbouw betreft, de grote slagpennen, axiaalveer en kleine slagpennen moeten in juiste volgorde goed gevouwen zijn. Om dat nog eens goed te verduidelijken werden foto´s getoond van Japanse winnaars . Al met al was het wederom een geslaagde dag, waarin veel informatie werd gegeven en positief gediscussieerd . Het bestuur van de Vechthoenderfokkersvereniging Nederland wil nogmaals alle aanwezigen bedanken voor hun aanwezigheid. Verder hoopt de VFV haar volgende technische dag weer in het volgende schrikkeljaar 2012 te houden.