| Oud Engelse Vechthoenders, groot
en kriel
De grote Oud Engelse Vechters zijn in het land van oorsprong in 2 types
te bewonderen. Het ene type de “Carlisle”kan men het beste
zien als een vergrote uitgave van de (europese) Oud Engelse Vechtkriel.
Het andere type, de “Oxford”is iets minder breed, wat langer
van rug en wat opgerichter van houding.
Terwijl ook de staartdracht breder en hoger is. Om deze typen te fokken
heeft men wel de nodige ervaring nodig om ook kwaliteitsdieren te krijgen.
De leg is goed. De Oud Engelse Vechtkriel kwam aan het einde van de
19e eeuw in de belangstelling en kon zich spoedig in een grote populariteit
verheugen.
Ook in ons land werden ze spoedig in flinke aantallen gefokt. Door de
grote aantallen erkende kleurslagen is er dan ook voor elk wat wils.
Als voordeel heeft dit ras een prima gehardheid en vruchtbaarheid. Het
is een plezierig, tam en ongecompliceerd ras. Wil men echter op grote
shows vooraan in de optocht mee doen, dan is conditioneren een must
voor dit ras. De krieltjes zijn sterk bespierd. Het lichaam is breed
en moet naar achteren toe sterk versmallen en is zeer kort. De schouders
zijn breed en markant. De stelling moet een duidelijke hoeking laten
zien tussen dij en loopbeen. De vleugels moeten goed aangetrokken worden
maar mogen elkaar achter het lichaam nagenoeg raken. Ze kunnen in beperkte
ruimte gehouden worden met goede resultaten. De leg is goed.
|