Shamo

In het Tokugawa tijdperk (1603-1867) is in Japan uit vechthoenderrassen afkomstig van Thailand en omgeving de Shamo ontstaan en door de Japanners verder geperfectioneerd. De Shamo is een opgericht, hooggesteld en bespierd vechthoen. Het is tevens een elegante en karaktervolle verschijning. Opvallend is de wat afstaande en haast puntige markante vleugelboeg. Belangrijk is dat de middellange dijen en loopbenen een onderlinge verhouding hebben van 1,5: 1, Hierdoor komt het lichaam in de juiste balans voor de zeer opgerichte houding. Met de Shamo is goed te fokken in paren of trio’s. Bevruchting vormt geen probleem. De kuikens zijn soms wel vechtersbazen, zorg dus voor voldoende afleiding. Voor goede en krachtige skeletontwikkeling is bij de opfok voldoende loopruimte belangrijk. Eenmaal volwassen stellen ze in hun verzorging en behuizing niet meer eisen dan andere grote hoendersoorten. Er zijn een aantal prima fokkers van dit mooie vechthoenderras.

 

Shamo Hen

Shamo Haan

Ko-Shamo

Dit fraaie ras is in Japan ontstaan en is daar de kleinste officieel erkende en geregistreerde Shamo-soort. Kwam op 28-6-1977 voor het eerst in Nederland. Het is geen krielvorm van de grote Shamo, maar een bijzonder beweeglijk, tam en karaktervol diertje. Zeer opgericht van houding en krachtig bespierd, krap van bevedering. Fraai breed, rond kopje met krachtige snavel en vurige ogen, met als groot voordeel een walnootkam en nauwelijks of geen oor-kinlellen.
Deze diertjes kunnen evenals de Engelse vechtkrielen in een zeer kleine ruimte gouden worden, gepaard aan een goede fok en opfok.
De foktomen niet groter dan één haan met één of twee hennetjes. Eenmaal voldoende aandacht aan de kuikens besteed zijn ze zeer gehard.
De leg is gering tot matig. Een gering aantal fokkers hebben dit ras in prima kwaliteit.

 

Ko Shamo